
Laat paddenstoelen staan
In het duinbos groeien honderden soorten paddenstoelen. Eetbare en giftige paddenstoelen zijn moeilijk uit elkaar te houden. Wie er geen verstand van heeft, kan ze beter laten staan.
Paddenstoelen zijn de vrucht van een schimmel. Het grootste deel van de schimmel bevindt zich onder de grond in de vorm van schimmeldraden. Schimmels ruimen het blad op. Anders zou er al gauw een bladerenpak van één meter liggen.

Vruchten en zaden in overvloed
Het duin ziet rood, oranje en paars van de vruchten en zaden. Neem de kardinaalsmuts met zijn rozerode vrucht met knaloranje zaden. Ze zien er zo smakelijk uit dat ze erom vragen te worden opgegeten door overvliegende vogels. Deze poepen of braken de zaden weer uit, waardoor deze zich verspreiden. En anders worden de zaden wel meegenomen door de wind of door langslopende zoogdieren én mensen.
De duindoornbes smaakt in de herfst op zijn best. In dit oranje besje zit net zo veel vitamine C als in één kiwi.

Trekvogels gaan, wintergasten komen
Trekvogels zoals spreeuwen, lijsters en kramvogels, vliegen over de duinen naar het zuiden. Ganzen, meerkoeten, zaagbekken en andere wintergasten uit Scandinavië strijken in het duin neer om hier te overwinteren.

Waar zijn mijn eikeltjes?
De gaai legt in het duinbos een voedselvoorraad aan door eikels te verzamelen en te verstoppen. Soms wel 3.000 eikels per maand. Hij is alleen een beetje vergeetachtig. Ziet u in het voorjaar een groepje eikenbomen ontkiemen, dan weet u dat hier een gaai is geweest.

Vossen ‘vliegen’ uit
Jongvolwassen vossen gaan op zoek naar een eigen territorium, soms wel een paar honderd hectare groot. Dit bakenen ze af door hun geursporen achter te laten: een paar druppels urine tegen een bomen, struik of graspol zijn al genoeg om de concurrent op afstand te houden.

Klaar voor de winter
Konijnenfamilies bereiden zich voor op de winter. Ook de egel is druk. Voordat hij met winterslaap gaat, eet hij zich vol met slakken, (langzame) muizen en kleine kevers en torretjes. In de schemer kunt u hem zien rondscharrelen. Kikkers en padden graven zich in langs duinpoelen en onder bladeren. Achterwaarts, met de klauwtjes op hun achterpoten. Laat de winter nu maar komen.
