Toen en nu
In de duinen van Overveen ligt een plek die al meer dan 125 jaar zorgt voor schoon drinkwater. Wat nu voor het oog een rustig terrein lijkt, was rond 1900 een bruisende plek vol techniek, innovatie en vooruitgang. We onderzoeken wat er nodig is om vanaf 2035 weer drinkwater te maken in Overveen. Dat is nodig, omdat de vraag naar drinkwater in deze regio blijft groeien. Daarnaast is Overveen een belangrijk knooppunt in het leidingnetwerk van PWN.

Het begin van drinkwater in Overveen
Het begon in 1897. Toen bouwde het Gemeentelijk Waterbedrijf Haarlem hier een groot waterwincomplex. Er kwamen een watertoren, een machinegebouw en zandfilters. Ook werden er woningen gebouwd voor het personeel.
Het water uit de duinen werd gezuiverd in zandfilters en opgeslagen in grote kelders. Daarna werd het naar Haarlem gepompt.

De eerste uitbreidingen
In de jaren daarna groeide het terrein mee. In 1936 kwamen er nieuwe gebouwen bij, zoals een voorfiltergebouw en een tweede reinwaterkelder. Een reinwaterkelder is een plek waar schoon drinkwater wordt opgeslagen.
In 1948 werd een gebouw overdekt om het te beschermen. Rond 1950 kwam er nog een derde kelder bij met een pomp. Dit gebouw wordt nu nog steeds gebruikt.
In 1974 kreeg het terrein een bijzondere nieuwe bewoner: sterrenwacht Copernicus. Deze werd in 2004 opnieuw opgebouwd op het dak van één van de waterkelders. Zo kreeg het terrein een nieuwe functie, naast waterwinning ook ruimte voor sterrenkijken.

Nu en de toekomst
Eind 20e eeuw ontstonden problemen met verdroging en verzilting in Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Daarom stopte PWN in 2002 met het maken van drinkwater in Overveen.
Het oude waterwincomplex is nu een monument. De gebouwen zijn goed bewaard en laten zien hoe we vroeger drinkwater maakten. Intussen hebben we veel geleerd. Met nieuwe technieken kunnen we water maken op een manier die de natuur helpt en sterker maakt. Het terrein speelt nog steeds een rol in het versturen van drinkwater naar Haarlem, Bloemendaal en Zandvoort.
Daarom onderzoeken we of we deze plek opnieuw kunnen gebruiken voor drinkwater in de toekomst.
Planning
Na een eerste onderzoek en de bevestiging dat Overveen een kansrijke plek is voor drinkwaterproductie, hebben we in 2023 de eerste stappen in het ontwerpen gezet. Ondertussen zijn we bezig met het verder uitwerken van de opties voor drinkwaterproductie op deze locatie. Dit gebeurt in een aantal ontwerpstappen, waarbij elke keer de plannen worden aangescherpt op basis van een inhoudelijk onderzoek, de effecten op het milieu, de impact op de ruimte en de kosten.
De stappen op een rij
1. Onderzoek en kiezen van bouwstenen We onderzoeken onze bouwstenen. Dit zijn de belangrijke onderdelen die nodig zijn voor het plan van aanpak. Denk aan de indeling van het terrein, de gekozen manier om drinkwater te zuiveren, energievoorziening en reststromen.
2. Ontwikkeling mogelijke alternatieven We kijken welke van deze bouwstenen het beste bij elkaar passen. Die controleren we op belangrijke uitgangspunten zoals duurzaamheid, ruimtegebruik en betaalbaarheid.
3. Keuze kansrijke alternatieven De meest kansrijke opties worden verder uitgewerkt. Daarbij worden ook milieueffecten onderzocht in een milieueffectrapportage (MER). Dit onderzoek komt in een NRD (Notitie Reikwijdte en detailniveau). Deze wordt openbaar gemaakt, zodat mensen uit de buurt kunnen reageren.
4. Voorkeursalternatief (VKA) Uiteindelijk wordt één voorkeursalternatief gekozen. Dat is een optie waarin we alle belangen hebben meegenomen. Deze staat nog niet vast. Dit alternatief wordt samen met de MER gepresenteerd en, net als de NRD, ter inspraak gedeeld.
5. Besluitvorming en uitwerking Na het meenemen van de inspraak, nemen we het uiteindelijke projectbesluit. Het voorkeursalternatief ligt dan vast en de volgende fase kan beginnen: het ontwerpen van de uitvoering. Ons voornemen is dat deze drinkwaterlocatie in 2035 werkt.
Betrokkenheid en inspraak
PWN vindt het belangrijk om belanghebbenden actief te betrekken bij de ontwikkeling van de drinkwatervoorziening in Overveen. Dit doen we door te overleggen met gemeenten, belangenorganisaties en andere betrokkenen.
Het eerste formele inspraakmoment is bij de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In dit rapport staat wat in het milieueffectrapport worden onderzocht en welke andere opties we hebben. Belanghebbenden kunnen in deze fase reageren en suggesties voor ons doen. De reacties nemen we dan mee bij het opstellen van het milieueffectrapport (MER).
Als het concept-voorkeursalternatief en de concept-MER klaar zijn, is er nog een tweede moment om inspraak te doen.
Contact
Heb jij een vraag of idee over dit project?